|
Hoofdstuk 10 - Slot- en overgangsbepalingen |
|
|
Artikel 40In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, en bij verschil van mening over de uitleg van enig onderdeel van dit reglement, beslist het College van Decanen.
Artikel 411. Het College van Decanen kan de uitoefening van zijn bevoegdheden, genoemd in de artikelen 8, 13, 15, 18, 23 eerste lid, 24 derde lid, 28 tweede lid en 29 derde lid, opdragen aan zijn voorzitter. Deze is bevoegd een of meer personen aan te wijzen, die namens hem een opgedragen bevoegdheid zullen uitoefenen. 2. De Rector Magnificus kan de uitoefening van zijn bevoegdheden, genoemd in de artikelen 20 zesde lid en 37 opdragen aan een of meer door hem aan te wijzen personen.
Artikel 421. Dit reglement treedt terstond in werking onverminderd het bepaalde in het tweede lid. 2. Degene die op of voor 31 augustus 2002 voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18 tweede lid, onder a van de wet, zoals die bepaling luidde op 31 augustus 2002, wordt gelijkgesteld aan degene die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 2 lid 1 sub a van dit reglement. 3. Degene die staat ingeschreven voor een opleiding in afbouw als bedoeld in artikel 17a.6 van de wet dan wel een opleiding als bedoeld in artikel 17a.7 van de wet en voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a, van de wet, zoals die bepaling luidde op 31 augustus 2002, wordt gelijkgesteld aan degene die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 2 lid 1 sub a van dit reglement.
|