Uw proefschrift in druk

Neem de tijd

Ulti Clocks content

Zoeken

Wie is online?

We hebben 27 gasten online
Hoofdstuk 2 - De promovendus PDF Afdrukken
Artikel 4

1. Bij aanvang van zijn/haar promotieonderzoek zoekt de promovendus een of meer promotoren en eventuele copromotoren voor zijn/haar promotieonderzoek.

2. De promovendus ontvangt, na daarom te hebben verzocht, van een hoogleraar diens schriftelijke instemming met de aanwijzing als promotor. De promovendus ontvangt tevens de schriftelijke toestemming van een beoogde copromotor. Een negatieve dan wel een voorwaardelijke beslissing wordt schriftelijk gegeven en bevat de redenen die tot deze beslissing hebben geleid.

3. Onmiddellijk nadat de beslissing als bedoeld in artikel 4 lid 2 is gevallen, verzoekt de promovendus aan het College van Decanen de promotor(en) aan te wijzen, onder overlegging van de schriftelijke instemming als bedoeld in artikel 4 lid 2.
Bij voorkeur gelijktijdig hiermee verzoekt de promotor aan het College van Decanen de copromotor(en) aan te wijzen, onder overlegging van de schriftelijke toestemming als bedoeld in het vorige lid en artikel 15 lid 1 en 2.

4. De betrokken hoogleraar en de eventuele copromotor zijn bevoegd op een gegeven instemming respectievelijk toestemming schriftelijk en gemotiveerd terug te komen.

5. Het College van Decanen wijst binnen vier weken na ontvangst van het verzoek de promotor(en) en copromotor(en) aan en stelt de promovendus, promotor(en) en copromotor(en) hiervan terstond in kennis. In geval het College van Decanen meerdere promotoren aanwijst, wijst het tevens de eerste promotor aan als bedoeld in artikel 10 lid 1.

6. De promovendus heeft het recht van in lid 2 en 4 genoemde beslissingen in beroep te gaan bij het College van Decanen. Het College van Decanen beslist overeenkomstig het bepaalde in artikel 39, tweede t/m vijfde lid.

Artikel 5

1. Na goedkeuring van zijn/haar manuscript dient de promovendus een verzoek tot toelating tot de promotie in bij het College van Decanen onder vermelding van het getuigschrift, als bedoeld in artikel 2, het onderwerp en de titel van zijn/haar manuscript, de hoogleraar die als promotor is aangewezen, en de faculteit op het terrein waarvan naar zijn/haar mening en die van de promotor het onderwerp van het promotieonderzoek is gelegen.

2. Een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, vermeldt voorts de volgende gegevens met betrekking tot de promovendus:
a. naam en voornamen;
b. adres en woonplaats;
c. plaats en tijdstip waarop het examen is afgelegd op grond waarvan het in het eerste lid bedoelde getuigschrift is behaald.

3. Een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, bevat tevens een verklaring, dat het proefschrift het resultaat is van wetenschappelijk werk dat door de promovendus zelfstandig is verricht of waaraan de promovendus een essentiële bijdrage heeft geleverd, en een verklaring dat het onderzoek niet eerder heeft geleid tot het behalen van de graad Doctor of een equivalent daarvan, waaronder de graad Ph.D.

4. Het verzoek wordt ingediend op een daartoe bestemd formulier, dat mede wordt ondertekend door de promotor.

Artikel 6

Het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het proefschrift dient te voldoen aan de volgende vereisten:
a. de promovendus heeft het onderzoek zelfstandig verricht dan wel een essentiële bijdrage daaraan geleverd;
b. het onderzoek is verricht in overeenstemming met de gedrags- of beroepscode, die voor het professioneel handelen op het betrokken wetenschapsgebied geldt;
c. indien bij het onderzoek proefpersonen zijn betrokken, is dit gebeurd met hun uitdrukkelijke toestemming, dan wel met die van hun wettelijke vertegenwoordiger(s) en heeft in de daarvoor in aanmerking komende gevallen de medisch-ethische toetsingscommissie met het onderzoekprotocol ingestemd;
d. indien bij het onderzoek gebruik is gemaakt van proefdieren, is dit gebeurd in overeenstemming met de daaromtrent gestelde voorschriften en met instemming van de Dier Experimenten Commissie van de universiteit.

Artikel 7

1. Gezamenlijk onderzoek kan dienen als grondslag voor een gezamenlijk proefschrift van ten hoogste twee promovendi, mits voldaan is aan de voorwaarden dat:
a. elk van de promovendi een zelfstandige, afgrensbare en voor de promotie toereikende en voldoende bijdrage aan het onderzoek heeft geleverd, een en ander ten genoegen van de promotor;
b. elk van de promovendi aangemerkt wordt als de auteur van een bepaald deel van het proefschrift, onverminderd de gezamenlijke verantwoordelijkheid der promovendi voor de samenhang van het geheel;
c. in het proefschrift wordt aangegeven welk aandeel ieder van de promovendi heeft gehad in de totstandkoming ervan;
d. elk van de promovendi het vereiste aantal stellingen als bedoeld in artikel 22 lid 4 aan het proefschrift toevoegt;

2. In geval van een gezamenlijk proefschrift als bedoeld in het vorige lid gelden de procedures en voorschriften van dit reglement voor elke promovendus afzonderlijk.

 

Valid XHTML and CSS.