Uw proefschrift in druk

Neem de tijd

Ulti Clocks content

Zoeken

Wie is online?

We hebben 27 gasten online
Hoofdstuk 3 - De promotor PDF Afdrukken
Artikel 8

1. Na ontvangst van het in artikel 4 bedoelde verzoek van de promovendus wijst het College van Decanen tenminste één hoogleraar als promotor aan met inachtneming van artikel 9.19 lid 3 van de wet.

2. Als promotor kan worden aangewezen een hoogleraar, bijzonder hoogleraar dan wel kerkelijk hoogleraar aan een universiteit.
Indien een hoogleraar aan een buitenlandse universiteit wordt aangewezen als promotor, wordt daarnaast een hoogleraar aan een Nederlandse universiteit aangewezen als eerste promotor.

3. Wanneer een als promotor aangewezen hoogleraar na aanwijzing eervol wordt ontslagen dient de goedkeuring van het proefschrift binnen vijf jaren na het ontslag te geschieden.

4. Indien de goedkeuring van het proefschrift niet binnen vijf jaren na het eervol ontslag van de promotor is geschied, vervalt de aanwijzing en wijst het College van Decanen, de promovendus gehoord, een andere promotor aan, tenzij het - in geval meer dan een promotor was aangewezen - van oordeel is dat een nieuwe aanwijzing niet noodzakelijk is.

Artikel 9

Indien het onderzoek dat de basis vormt voor het proefschrift, onder supervisie van een bepaalde hoogleraar wordt uitgevoerd, wordt als regel deze hoogleraar als promotor aangewezen.

Artikel 10

1. De eerste promotor is eindverantwoordelijk voor de begeleiding van de promovendus bij de totstandkoming van het proefschrift.

2. Waar in dit reglement sprake is van promotor wordt bedoeld eerste promotor, tenzij anders bedoeld.

3. De promotor beoordeelt een aan hem/haar voorgelegd manuscript aan de hand van de punten, genoemd in artikel 11.

Artikel 11

1. Op het verzoek van de promovendus tot beoordeling voorleggen van een manuscript beslist de promotor niet dan nadat hij/zij zich er van vergewist heeft, dat de promovendus heeft voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 6.

2. Bij zijn/haar beoordeling van een manuscript betrekt de promotor in ieder geval de volgende punten:
a. het belang van het onderwerp;
b. het belang en een scherpe profilering van de probleemstelling;
c. de originaliteit van de behandeling;
d. het wetenschappelijk niveau van de ordening, de analyse en de verwerking van het materiaal;
e. de zuiverheid van de gevolgde methodiek bij de analyse van het materiaal;
f. de afleiding van nieuwe inzichten en nieuwe opvattingen uit de analyse van het materiaal;
g. een kritische confrontatie van eigen conclusies met bestaande theorieën of opvattingen;
h. een creatieve benadering van het in het proefschrift behandelde wetenschapsgebied;
i. evenwicht in de opbouw van het proefschrift en helderheid van de stijl;
j. zelfbeperking bij de omvang van de tekst.

3. De promotor beoordeelt tevens of het manuscript voldoet aan de eisen, gesteld in de artikelen 22 t/m 25.

Artikel 12

1. De promotor beslist binnen twee maanden na ontvangst van de eindversie van het manuscript over het voorleggen van het manuscript aan de beoordelingscommissie. De beslissing behelst het ter beoordeling voorleggen dan wel de weigering van het ter beoordeling voorleggen. Een weigering wordt met redenen omkleed.

2. De promotor kan indien en voor zolang de promovendus daarmee instemt zijn/haar beslissing opschorten.

3. De promovendus kan in geval van overschrijding van de termijn, bedoeld in het eerste lid, het College van Decanen verzoeken de promotor op te dragen voor een bepaald tijdstip zijn/haar beslissing over het ter beoordeling voorgelegde te nemen. Het College van Decanen beslist binnen dertig dagen na ontvangst van het verzoek.

4. De promotor brengt zijn/haar beslissing over het ter beoordeling voorgelegde schriftelijk ter kennis van de promovendus, en zendt afschriften daarvan aan de eventuele copromotor, de Decaan en het College van Decanen

5. De promotor stuurt het manuscript toe aan de leden van de beoordelingscommissie, zodra over de samenstelling daarvan een beslissing is genomen door het College van Decanen.

Artikel 13

1. Indien de promotor heeft geweigerd het manuscript te laten beoordelen, kan de promovendus aan het College van Decanen verzoeken een andere promotor aan te wijzen.

2. Het College van Decanen beslist op een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, na de promovendus en de promotor te hebben gehoord.

Artikel 14

1. Indien er meerdere promotoren en copromotoren zijn aangewezen, bepalen zij in goed onderling overleg en gehoord de promovendus, met inachtneming van artikel 10 lid 1 de taakverdeling en leggen deze zonodig schriftelijk vast.

2. Indien er meerdere promotoren en copromotoren zijn aangewezen, nemen zij gezamenlijk de beslissing over het laten beoordelen van het manuscript, bedoeld in artikel 12, eerste lid. Indien zij niet tot overeenstemming komen over hun beslissing, stellen zij het College van Decanen hiervan in kennis. Het College van Decanen neemt ter zake een beslissing, gehoord de promotoren, copromotoren en de promovendus.

 

Valid XHTML and CSS.