|
Hoofdstuk 4 - De copromotor |
|
|
Artikel 151. Het College van Decanen kan op verzoek van de promotor, gehoord de promovendus, een of twee copromotoren aanwijzen. De promotor vergewist zich ervan, dat de voorgestelde copromotor bereid is als zodanig op te treden. Het aantal promotoren en eventuele copromotoren gezamenlijk bedraagt niet meer dan drie per promotie, tenzij het College van Decanen op gemotiveerd verzoek van de Decaan anders besluit. 2. Een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, kan in elk stadium van de begeleiding door tussenkomst van de Decaan aan het College van Decanen worden voorgelegd doch bij voorkeur gelijktijdig met het in artikel 4 lid 3 bedoelde verzoek. 3. De copromotor is bevoegd op een gegeven instemming terug te komen door middel van een gemotiveerd schrijven aan het College van Decanen.
Artikel 16Als copromotor kan worden aangewezen ieder die gepromoveerd is, deskundig is op het wetenschapsgebied waarop het proefschrift betrekking heeft, geen hoogleraar is en daadwerkelijk een deel van het onderzoek heeft begeleid.
Artikel 171. De copromotor begeleidt de promovendus bij de totstandkoming van het proefschrift, in overeenstemming met de promotor. 2. De promotor stelt de copromotor tijdig in de gelegenheid zijn/haar oordeel te geven over het ter beoordeling voorleggen van zijn/haar manuscript. De copromotor geeft zijn/haar oordeel schriftelijk. De promotor voegt dit oordeel bij zijn/haar bericht inzake de goedkeuring aan de promovendus, bedoeld in artikel 12, vierde lid.
|