Artikel 181. De promotor doet aan de Decaan van de faculteit waarbinnen de promotie plaatsvindt een voorstel voor de aanwijzing van een hoogleraar van de universiteit tot voorzitter tevens lid van de beoordelingscommissie. 2. De promotor en de beoogd voorzitter van de beoordelingscommissie doen gezamenlijk een voorstel voor de aanwijzing van de andere leden van de beoordelingscommissie aan de Decaan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 19, lid 1. De beoogd voorzitter van de beoordelingscommissie overtuigt zich ervan dat de voorgestelde leden bereid zijn zitting te nemen in de beoordelingscommissie. 3. De beoordelingscommissie wordt uiteindelijk samengesteld door het College van Decanen op het schriftelijk voorstel van de Decaan van de faculteit.
Artikel 191. Als leden van de beoordelingscommissie kunnen worden aangewezen: a. ten minste twee en ten hoogste vijf hoogleraren verbonden aan een Nederlandse of buitenlandse universiteit, dan wel emeriti die nog in het bezit zijn van het promotierecht; b. ten minste één en ten hoogste twee deskundigen die gepromoveerd zijn en voldoende deskundig zijn op het gebied van het onderwerp van het manuscript. 2. Het totaal aantal in lid 1 onder a en b genoemde leden bedraagt ten minste drie en ten hoogste vijf. De helft of de meerderheid van de leden van de commissie dient te bestaan uit de in lid 1 onder a bedoelde hoogleraren. Voorts dient de helft of de meerderheid van de leden van de commissie werkzaam te zijn aan de universiteit. 3. Promotor en copromotor kunnen niet worden aangewezen als lid van de beoordelingscommissie.
Artikel 201. Binnen vier weken na ontvangst van het manuscript geven de leden van de beoordelingscommissie aan de voorzitter van deze commissie een gemotiveerd oordeel over de vraag of de promovendus door middel van het manuscript een zodanig bewijs van bekwaamheid tot het zelfstandig beoefenen van de wetenschap heeft geleverd, dat het manuscript kan worden goedgekeurd als proefschrift en dat hij/zij tot de promotie kan worden toegelaten. Indien in de beoordelingscommissie kritiek wordt geuit op het manuscript, die zodanig is dat verbetering ervan binnen een termijn van vier weken kan geschieden, dan kan de commissie besluiten de termijn voor het nemen van het besluit tot goedkeuring met vier weken te verlengen. Alsdan treedt de voorzitter van de commissie in overleg met de promotor. 2. Het besluit tot toelating tot de promotie wordt, al dan niet met toepassing van het bepaalde in lid 1, tweede volzin, genomen indien de meerderheid van de commissie en met niet meer dan één stem tegen het manuscript goedkeurt als proefschrift. Het besluit tot toelating wordt genomen terstond na het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijn van vier respectievelijk acht weken. 3. De commissie neemt in haar besluit tot toelating geen aanbevelingen op voor wijziging of aanvulling van het proefschrift en verbindt geen voorwaarden van die strekking aan haar besluit tot toelating. 4. Het besluit van de commissie tot toelating dan wel tot weigering van toelating tot de verdediging wordt door de voorzitter van de commissie schriftelijk ter kennis gebracht van de (eerste) promotor en door deze onmiddellijk en schriftelijk meegedeeld aan de promovendus, het College van Decanen en de Decaan van de faculteit. 5. Na ontvangst van het besluit tot toelating tot de verdediging treedt de promovendus in overleg met de promotor en het secretariaat van het College van Decanen over de promotiedatum. Vervolgens doet de promovendus een voorstel voor de promotiedatum aan de Rector Magnificus in de vorm van een ontwerp voor het titelblad van het proefschrift en de keerzijde daarvan. De voorgestelde promotiedatum dient tenminste tien weken na dagtekening van dit voorstel te liggen. 6. De Rector Magnificus stelt plaats, dag en uur van de promotie vast, en plaatst bij wijze van goedkeuring zijn paraaf op het ontwerp voor het titelblad.
Artikel 211. Op grond van de ontvangen reacties van de leden van de beoordelingscommissie, als bedoeld in artikel 20 lid 1, kan de voorzitter de leden van de commissie voorstellen om te zijner tijd door de promotiecommissie aan de graad doctor het predicaat cum laude toe te kennen. 2. De beslissing over een voorstel als bedoeld in artikel 21 lid 1 wordt genomen door de beoordelingscommissie, met niet meer dan één stem tegen (dan wel één onthouding). Indien ook de promotor (na overleg met de eventuele copromotor) zich daarmee accoord verklaart, neemt de voorzitter van de beoordelingscommissie kontakt op met de Rector Magnificus om te bewerkstelligen dat door deze, in overleg met de Decaan van de faculteit, één of twee externe deskundigen op het desbetreffende wetenschapsgebied worden geraadpleegd ter zake toekenning van het predicaat cum laude. 3. Om voor het predicaat cum laude in aanmerking te komen dient een proefschrift van uitzonderlijke kwaliteit te zijn, waarbij de volgende criteria een rol kunnen spelen: a. het proefschrift formuleert heldere theoretische en normatieve uitgangspunten; b. het proefschrift bevat daartoe een grondige en uitputtende analyse van een gegeven wetenschappelijk probleem; c. het proefschrift plaatst die analyse (en daarmee het probleem) in een breder theoretisch kader; d. het proefschrift toont daarbij aan dat de promovendus buiten de marges van zijn eigen wetenschapsgebied kan treden en boven de vanzelfsprekendheden daarvan komt te staan; e. het proefschrift dient een wezenlijke bijdrage te leveren aan het wetenschappelijk debat leidend tot nieuwe gezichtspunten of inzichten, en f. het proefschrift dient leesbaar en toegankelijk te zijn. 4. Indien ook de geraadpleegde deskundige(n) positief adviseren terzake toekenning van het predicaat cum laude zorgt de Rector Magnificus ervoor dat de leden van de promotiecommissie voor de aanvang van de promotie van dit voorstel en het advies in kennis worden gesteld. 5. De promotiecommissie beslist na afloop van de verdediging bij schriftelijke stemming over het voorstel, nadat het besluit tot het verlenen van de doctorstitel is genomen. Het predicaat wordt toegekend als een meerderheid van tenminste tweederde der uitgebrachte stemmen zich daarvoor uitspreekt.
|